Overslaan naar hoofdinhoud

We zijn er trots op dat BalanceBelt samenwerkt aan een klinisch onderzoek met vooraanstaande experts op het gebied van vestibulaire stoornissen aan de Johns Hopkins University. Dit onderzoek brengt de expertise van Michael Schubert en Kathleen Cullenondersteund door Michela De Marzi.

Samen vergroot dit multidisciplinaire team van clinici en wetenschappers ons inzicht in evenwichtsstoornissen en onderzoekt het hoe innovatieve oplossingen zoals de BalanceBelt de resultaten voor patiënten in de praktijk kunnen verbeteren. Hun werk slaat een brug tussen de klinische praktijk, de neurowetenschap en de techniek, waarbij diepgaande wetenschappelijke inzichten worden gecombineerd met een sterke focus op de praktische impact voor patiënten die leven met ernstige vestibulaire stoornissen.

Deze samenwerking vormt een belangrijke stap in het verzamelen van solide klinisch bewijs, terwijl verder wordt onderzocht hoe draagbare haptische technologie het evenwicht, de mobiliteit en de zelfstandigheid in het dagelijks leven kan ondersteunen.


Achtergrond & expertise 

Kunnen jullie kort jullie professionele loopbaan beschrijven en uitleggen waarom jullie je hebben gespecialiseerd in fysische geneeskunde en revalidatie en KNO-heelkunde?

Wij zijn een team van clinici en wetenschappers met een grote interesse in het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen met evenwichtsstoornissen. Ons werk is ingegeven door de gedeelde overtuiging dat evenwichtsstoornissen zeer invaliderend zijn en vaak onvoldoende worden aangepakt. Dit heeft ons gemotiveerd om een loopbaan na te streven waarin klinische zorg en onderzoek met elkaar worden verbonden, met als doel effectievere diagnostische hulpmiddelen en revalidatiestrategieën te ontwikkelen.

Wat is jullie huidige functie aan de Johns Hopkins University en wat zijn jullie belangrijkste klinische en onderzoeksinteresses?

Michael: Mijn laboratorium onderzoekt de oogbewegings- en loopstrategieën die de hersenen inzetten om de beperkingen als gevolg van evenwichtsstoornissen te compenseren. We richten ons op het begrijpen hoe patiënten hun bewegingspatronen aanpassen en hoe deze aanpassingen kunnen worden versterkt door middel van gerichte revalidatie.

Kathleen: Mijn onderzoek richt zich op de manier waarop de hersenen vestibulaire signalen coderen en integreren tijdens natuurlijke gedragingen, zoals het sturen van de blik en voortbeweging. We bestuderen de neurale mechanismen die ten grondslag liggen aan evenwicht en de waarneming van eigen beweging, met bijzondere aandacht voor de objectieve kwantificering van hoe deze processen veranderen na verlies van het evenwichtsvermogen en hoe ze door middel van interventie kunnen worden hersteld of gecompenseerd.


Connectie met de BalanceBelt 

Wanneer en hoe kwamen jullie voor het eerst in aanraking met BalanceBelt en wat wekten jullie interesse in deze technologie?

We hoorden voor het eerst over de BalanceBelt via vakbijeenkomsten en het werk van Herman Kingma. Wat ons meteen opviel, was de elegante manier waarop het apparaat zintuiglijke substitutie toepast: het geeft continu intuïtieve feedback over de lichaamshouding in de ruimte.

Fig. 1: De BalanceBelt

Welk probleem lost BalanceBelt vanuit klinisch perspectief op voor jullie patiënten?

We onderzoeken hoe de BalanceBelt kan leiden tot objectieve verbeteringen bij patiënten met bilaterale vestibulaire hypofunctie. Deze mensen missen een cruciaal zintuiglijk systeem voor hun evenwicht, en het apparaat biedt een mogelijke manier om hun waarneming van oriëntatie en beweging in het dagelijks leven te verbeteren.


Klinisch onderzoek

Kunnen jullie de omvang (scope) en opzet (design) van het komende klinische onderzoek met BalanceBelt beschrijven?

We plannen een longitudinale studie waarin patiënten met bilaterale vestibulaire hypofunctie de BalanceBelt mee naar huis nemen en gedurende een langere periode dragen tijdens dagelijkse activiteiten. We zullen zowel de klinische resultaten als gedetailleerde kinematische metingen op verschillende tijdstippen beoordelen om de aanpassing en functionele verbetering te evalueren.

Wat maakt dit onderzoek nieuw vergeleken met eerder onderzoek naar evenwichtsstoornissen of sensorische substitutie?  

Onze studie combineert het gebruik in de praktijk van een zintuigvervangend apparaat met geavanceerde kwantitatieve analyse van het looppatroon en de houding met behulp van draagbare IMU’s. Hierdoor kunnen we verder kijken dan traditionele klinische schalen en rechtstreeks meten hoe bewegingsstrategieën zich in de loop van de tijd ontwikkelen.

Op welke patiëntenpopulatie richten jullie je en waarom?

We richten ons op mensen met bilateraal vestibulair verlies, aangezien zij kampen met ernstige evenwichtsstoornissen en slechts beperkte behandelingsmogelijkheden hebben. Deze groep heeft het meeste baat bij technologieën die ontbrekende zintuiglijke informatie kunnen vervangen of aanvullen.

Naar welke belangrijke resultaten of meetgegevens gaan jullie kijken om de effectiviteit te bepalen?  

Op IMU gebaseerde meetgegevens die valrisicogedrag onderscheiden van gezonde controles.

Afbeelding 2: Oranje stippen zijn IMU's waaruit je kinematische gegevens kunt halen.

We zullen ons richten op IMU-gebaseerde kinematische metingen die kenmerken van loopstabiliteit en -variabiliteit vastleggen waarvan bekend is dat ze geassocieerd worden met valrisico. Deze objectieve metingen zullen worden vergeleken met gezonde controles en longitudinaal worden gevolgd om verbetering te beoordelen.


Wetenschappelijke en klinische impact

Hoe zien jullie de bijdrage van haptische feedback aan evenwichtsrevalidatie?

Haptische feedback biedt een extra zintuiglijk kanaal dat de hersenen kunnen leren integreren met bestaande visuele en proprioceptieve prikkels. Hoewel de precieze mechanismen nog niet volledig bekend zijn, biedt het een veelbelovende manier om het ruimtelijk inzicht en de stabiliteit te verbeteren, met name bij patiënten bij wie de vestibulaire input ontbreekt.

Als dit lukt, hoe zou deze technologie dan de huidige zorgstandaarden voor patiënten met evenwichtsstoornissen kunnen veranderen?  

Als deze technologie effectief blijkt, zou ze een belangrijke aanvulling kunnen vormen op revalidatie en patiënten tijdens hun dagelijkse activiteiten voortdurend feedback kunnen bieden. Dit zou het aanpassingsproces kunnen versnellen, de functionele mobiliteit kunnen verbeteren en uiteindelijk het valrisico kunnen verminderen.

Wat zijn de grootste uitdagingen bij het toepassen van dit soort technologieën in de dagelijkse klinische praktijk?  

Een grote uitdaging is de acceptatie in de klinische praktijk. Zowel bij zorgverleners als bij patiënten bestaat er nog steeds weinig besef dat evenwicht kan worden getraind en verbeterd. Om nieuwe technologieën in de standaardzorgtrajecten te integreren, zijn voorlichting, validatie en het aantonen van duidelijke functionele voordelen nodig.


Samenwerking

Kunnen jullie uitleggen wat het belang is van een multidisciplinaire aanpak in dit project, zoals de samenwerking met de groep van Kathleen Cullen?  

Dankzij de combinatie van klinisch inzicht en de technische expertise van de Cullen-groep kunnen we efficiënt van concept naar uitvoering gaan. Deze samenwerking zorgt ervoor dat de vragen die we stellen klinisch relevant zijn en dat de methoden die we gebruiken technisch degelijk zijn.

Fig. 3: Het Cullen LAB

Hoe draagt de combinatie van expertise op het gebied van KNO, revalidatie en techniek bij aan de kwaliteit van het onderzoek?  

Door inzichten uit de KNO, revalidatie en techniek te combineren, kunnen we het probleem op verschillende niveaus aanpakken – van de onderliggende neurologische mechanismen tot het functioneren van de patiënt in de praktijk. Deze multidisciplinaire aanpak maakt het mogelijk om tot uitgebreidere oplossingen te komen dan binnen één enkel vakgebied mogelijk zou zijn.